Column – Bart de Vreugd
Ein-de-lijk!
Zaterdag op zaterdag waren wij veroordeeld tot de Princestraat, om daar burgerlijk naast het koopgeile vrouwtje gehoorzaam in galop te wandelen. Voor de meeste Quick Boyzers is dit een plek waar ze liever niet zijn, langs de lijn is onze plek. En dit jaar is dat niet zo vreemd. Dit jaar hebben we daadwerkelijk een voorhoede waarmee we de oorlog kunnen winnen. Neem Yordi Teijsse. Dit zwaargewicht heeft meer weg van een gecamoufleerde leopard-tank dan van een mens. Zo hij lijkt op een volgroeid gevechtsvoertuig, zo hij voetbalt. Verdedigers worden platgewalst en keepers gaan met bal en al het doel in.
Dan Philippe den Hartog. Als we dan toch spelers vergelijken met legervoertuigen, noemen we Philippe onze F16. Deze vergelijking is niet te danken aan de overeenkomende spanwijdte, maar meer aan de snelheid van Den Hartog. Over het algemeen zien de backs niet heel veel meer dan zijn hielen.
Of Jaap van Duijn, de afstandschutter van ons Narren. Geen stuk gras is meer ongeschikt om vanaf te richtten. Zwaluwen weet er al vanaf, twee onwaarschijnlijke vrije trappen verdwenen in het doel en de rest is geschiedenis. De bravoure en de pure passie schrikt verdedigers terecht op en wat komen gaat is echter nog mooier.
Op het moment van schrijven moeten we nog 3 dagen wachten om af te reizen naar de Kooltuin. Hierna wachten ASWH en Smitshoek, weinig boeiend. Maar dan begint het echte werk. 1 November. We vertrouwen op Sergeant Verdonkschot en zijn manschappen. Al is Nieuw-Zuid even een slagveld, al kost het veel, in een oorlog mag alles. Die dag telt er maar één ding. Als helden na een bevrijding worden de manschappen ontvangen en het bier zal vloeien.. We mogen weer.
